BUE 027: Emile Verhaeren en... de wilde wind van november


Op 27 november 1916 staat de beroemde Belgische dichter Emile Verhaeren in het station van Rouen, waar het vanwege de oorlogsomstandigheden een drukte van jewelste is. Verhaeren wil naar huis, naar zijn vrouw Marthe. Nog voor de trein stopt, springt hij op de trede van een wagon. Hij probeert een deur open te krijgen, verliest zijn greep, valt, komt onder de wielen terecht.

Van dichters wordt wel eens gezegd dat zij "visionairen" zijn. Heeft Emile Verhaeren, die zo vaak over locomotieven schreef, zijn dood voorvoeld... "in de wilde wind van november"? Verhaeren stond bekend als een sociaal auteur, maar schreef ook liefdesgedichten, en ontpopte zich in volle Grote Oorlog tot een volbloed patriottisch schrijver. Zijn laatste woorden zouden dan ook bestemd geweest zijn voor "Ma femme! Ma patrie!"

Verhaeren ligt samen met zijn Marthe begraven in zijn geboortedorp Sint-Amands, met uitzicht op de Schelde."Ceux qui vivent d'amour, vivent d'éternité..." schreef hij. Is Emile Verhaeren, precies 100 jaar na zijn dood, teruggekeerd naar Sint-Amands? In de hoop daar ook Marthe terug te vinden?
An Staels stelde een onderzoek in naar "de zonderlinge figuur van Sint-Amands", die de stem heeft gekregen van Patrick Bernauw. Hij schreef het scenario en voerde de regie van deze poëtische, magisch-realistische impressie, waarin ook Emile zelf niet mocht ontbreken. Hij declameert op de hem kenmerkende wijze zijn gedicht Le VentFernand Bernauw (www.naami.betekende voor soundscape en muzikale omkadering.  



Le Vent (Emile Verhaeren) 

Sur la bruyère longue infiniment,
Voici le vent cornant Novembre ;
Sur la bruyère, infiniment,
Voici le vent
Qui se déchire et se démembre,
En souffles lourds, battant les bourgs ;
Voici le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Aux puits des fermes,
Les seaux de fer et les poulies
Grincent ;
Aux citernes des fermes.
Les seaux et les poulies
Grincent et crient
Toute la mort, dans leurs mélancolies.

Le vent rafle, le long de l'eau,
Les feuilles mortes des bouleaux,
Le vent sauvage de Novembre ;
Le vent mord, dans les branches,
Des nids d'oiseaux ;
Le vent râpe du fer
Et peigne, au loin, les avalanches,
Rageusement du vieil hiver,
Rageusement, le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Dans les étables lamentables,
Les lucarnes rapiécées
Ballottent leurs loques falotes
De vitres et de papier.
- Le vent sauvage de Novembre ! -
Sur sa butte de gazon bistre,
De bas en haut, à travers airs,
De haut en bas, à coups d'éclairs,
Le moulin noir fauche, sinistre,
Le moulin noir fauche le vent,
Le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Les vieux chaumes, à cropetons,
Autour de leurs clochers d'église.
Sont ébranlés sur leurs bâtons ;
Les vieux chaumes et leurs auvents
Claquent au vent,
Au vent sauvage de Novembre.
Les croix du cimetière étroit,
Les bras des morts que sont ces croix,
Tombent, comme un grand vol,
Rabattu noir, contre le sol.

Le vent sauvage de Novembre,
Le vent,
L'avez-vous rencontré le vent,

Au carrefour des trois cents routes,
Criant de froid, soufflant d'ahan,
L'avez-vous recontré le vent,
Celui des peurs et des déroutes ;
L'avez-vous vu, cette nuit-là,
Quand il jeta la lune là bas,
Et que, n'en pouvant plus
Tous les villages vermoulus
Criaient, comme les bêtes,
Sous la tempête ?

Sur la bruyère infinement,
Voice le vent hurlant,
Voici le vent cornant Novembre.

Blog Rock 'n' Roll