Wedstrijd Flashmobs


Els Vermeir schreef een kleine trilogie van poëtisch-pamflettaire kritieken op Utopia van Thomas More. De drie gedichten - Het pleidooi, De klaagzang en De aanklacht - werden door leerlingen van de Academie voor Podiumkunsten Aalst gebracht in een preekstoel (acteursregie: Mirjam Van Lith). Wij richten graag een wedstrijd in voor toneelspelers (& andere komedianten), scholen en verenigingen om een flashmob te organiseren met een van de drie teksten. 

Volgens Wikipedia is een flashmob (Nederlands: 'flitsmeute') 'een (grote) groep mensen die plotseling op een openbare plek samenkomt, iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uiteenvalt.  

Opdracht is dus een van de drie teksten op een zo origineel mogelijke wijze in scène te zetten op een publieke plaats in Aalst, als in een speaker's corner, op een zeepkist, enz... Van het resultaat maak je een video, die je op Youtube zet, en waarvan je ons de link toestuurt (eutopia@teambuildings.eu). De winnaar zal naar het eind van het (E)Utopisch Jaar 2016, al dan niet virtueel/figuurlijk, in de bloemetjes gezet worden - maar ontvangt ook een zeer reëel utopisch boekenpakket... en verdient uiteraard eeuwige roem. Deadline inzendingen: 11 november 2016.

Om jullie alvast op weg te zetten, hier de video van de Academie voor Podiumkunsten, en de drie teksten.






Het pleidooi


Gegroet, gij heren van de hoge raad,
Die op uw wijsheid immer prat toch gaat,
Aanhoor een lid van ’t vrouwelijk geslacht
En oordeel gunstig over deze klacht.
De straf der slaven wil ik trotseren
Daar ik het huwelijk moet onteren.
Maar hier primeert het hoger doel
Boven mijn eigen angstgevoel.
Want nimmer zal het mij berouwen
Dat ik het lot van alle vrouwen
Verbet’ren zal, het weze traag,
Doordat ik de herroeping vraag
Van d’oude wet, eertijds gestemd,
Die liefdestrouw steeds heeft geremd.
Naïef was ik, en jong van jaren,
Toen dit gebruik mij al liet paren,
Met een jongeling, knap en sterk,
Die ik aanzag voor godes’ werk.
Zijn lijf was strak en sterk zijn leden,
Waarover mijne ogen gleden,
En waarmee hij mijn harte won.
Dat ook ik hem behagen kon,
Met ’t scham’le lichaam dat ik bood,
Het leek me eerst een gunst zo groot.
Dus huwden wij zonder gedraal,
Een feest werd het vol pracht en praal.
Maar ach, het lot van vele vrouwen,
Die op ’t Utopisch eiland trouwen,
Stortte ook mij in diep verdriet,
Zodra het noodlot was geschied.
Want hij die mij tot eega nam,
Bleek ’t ergste wat me overkwam.
Net als hij was, zo slank van leest,
Bleek hij te zijn ook arm van geest.
Zijn woorden leeg, zijn daden dwaas,
Dagen doorspekt van zat geraas,
Op ’t dierlijk’ af was hij belust,
Alleen op vleselijke lust.
Zodra mijn lichaam droeg zijn vrucht,
Nam hij een schandelijke vlucht,
In hoererij met sjof’le wijven
Die ’t liefdesspel alleen bedrijven
Voor geld, al maakt het hen infaam
En tast het aan hun goede naam.
Eenzaam leed ik onder ’t gebrek
Aan enig deugdelijk gesprek.
Dag in, dag uit heb ik beweend
Dit houw’lijk dat steeds bleef gespeend
Van alles wat de geest verheft
En ‘t hart met hog’re vreugde treft.
Maar nu is dan de dag gekomen
Dat ik ’t besluit reeds heb genomen:
Scheiden wil ik van deze man,
Die mij niet meer behagen kan.
Maar tevens ga ik aan de strijd
Tot wijziging van het beleid.
Want tot men de praktijken staakt
En aan dit dwaas idee verzaakt
Dat slechts het uiterlijk aspect
Garantie biedt op diep affect,
Zo lang zal liefde niet gedijen,
En echtelieden niet verblijen
Met eindeloos respect en trouw
En eenheid tussen man en vrouw.
Daarom, o heren van de raad,
Alvorens g’overleggen gaat,
Bedenk dat wij geen beesten zijn,
Maar wezens met een hoger brein.
Schaf af ’t vernederend taxeren
En laat geliefden kennen leren
Elkanders ziel en diepe dromen
Alvorens tot elkaar te komen.
Dan pas zal heersen harmonie
In deze mooie Utopie.



De aanklacht

Ziedaar, de heren van de macht,
gezanten van het goed fatsoen,
trots op hun onbevlekt blazoen,
dat rijkdom valselijk veracht.

Gelijkheid preken zij, bij hoog en laag,
Laat vorst en boer zich eender kleden,
kies vrij de god voor uw gebeden,
maar stel ons oordeel niet in vraag.’

‘Ziet toe dat gij geen broeder haat,’
zo manen zij, ‘vervult uw taak
en zie toch af van loos vermaak,
dat enkel dient tot eigenbaat.’

Maar wijl ze zo de schijn ophouden,
de heersers die de natie leiden,
zijn zij hun macht al aan ’t verbreiden,
om zo hun invloed te behouden.

Ze knechten verre  vreemde landen
en dringen op wet en cultuur,
ze schuwen daarbij dwang noch vuur
en leggen zo een volk aan banden.

Verdeeldheid zaaien z’ en verraad.
De vijand wordt gekocht met goud
en grond voor ’t eigen onderhoud
terwijl hij vecht als huursoldaat.

Als slaven worden zij geknecht,
belast met d’ allerzwaarste taken,
wijl spieders hen secuur bewaken,
beroofd van ieder mensenrecht.

Is dit het rijk waar gij voor staat,
gij leiders, door ons volk gestemd,
dat onderwijl zelf werd getemd
met valse propagandapraat?

Nog liever heren, wil ik sterven
dan dat ik mijn geweten sus
en ’t vuur van de gerechtheid blus
om uwe gunsten te verwerven!

Mijn volk, laat niet in slaap u wiegen,
staat op en vecht met hart en ziel,
niet tegen ’t volk dat neder viel,
maar tegen hen die u beliegen.



De klaagzang

Wee mij, omdat ik leven moet
in ’t land dat ‘t innerlijk versmaadt
en mensen slechts verwerven doet
een kennis die hun zielen schaadt.

Techniek aanbidt men als een god,
expansie is het levensdoel;
de kunsten worden slechts bespot,
gebannen wordt hier elk gevoel.

In scholen wordt men klaargestoomd
tot werklui zonder kloppend hart;
verbeelding wordt er ingetoomd
en zachte zeden streng gehard.

Van nut is slechts de wetenschap
die stoffelijke noden stilt
en niet dat wat het leiderschap
boven d’ eigen belangen tilt.

Wee mij, omdat ik taal bemin
vol fantasie en vers en rijm
en ik een maatschappij verzin
waarin ik leef in het geheim.

Wee mij omdat ik vreugde vind
in zang en dans en symfonie
en ik in elke kleurentint
de schoonheid van de schepping zie.

Wee mij, want zie: ik sta alleen
en eenzaam, zonder lotgenoot,
in deze maatschappij van steen,
gaat ook mijn ziel heel langzaam dood.

Geen opmerkingen:

Blog Rock 'n' Roll